Joop Vernooij – afscheidsspeech

Speech i.v.. Requiemmis in de Kathedrale Basiliek

27 maart 2017joopv

‘Ay’, Dat tussenwerpsel gebruikte Joop altijd wanneer hij een tori gaf. Die ‘ay’ van Joop was een teken dat hij helemaal in dat Surinaamse ding was. De gekke bakra, de flexi-, grubapater, want zo werd ie weleens genoemd.

Wij zijn geschrokken toen wij het nieuws hoorden. Met ‘wij’ bedoel ik de familie Sanajong. Wij hadden een speciale band met Joop en dat kwam door de relatie met mijn grootmoeder Cicilia Muntslag, die langer dan 40 jaar in de Clemenskerk heeft gewerkt. Joop volgde,in 1969, Pater Boon op. Joop was gewoon een oom van ons geworden die bij alle jaardagen, alle doopfeesten, overlijdens, ziektes, aanwezig was. Een oom die christelijk met je meeleefde en meegroeide. Ik heb wat foto’s mogen zien van zijn begrafenis vorige week vrijdag; Joop is gaan rusten!

Het beeld van Joop dat mij altijd zal bijblijven, is de manier waarop hij zwaaide met zijn rechterbeen om op zijn fiets te stappen. Dan had ie een pet op tegen de zon. Hij viel ook onaangekondigd binnen bij oma aan de Koreastraat voor een tori, een bordje eten, een glaasje stroop of voor afspraken over de dienst van de komende zondag. Ik heb, als tiener, vaak  voorbeden moeten overschrijven uit de gebedenboeken voor oma en pater. Het gebeurde weleens dat oma mopperde: hij liet de kinderen spelen in de kerk, terwijl ze daar net had schoongemaakt. Maar de verstandhouding tussen die twee was er een van diep respect en liefde. Ze hielden beiden van Aretha Franklin en niet van Tina Turner, want die droeg te schaarse kleding.

Joop tilde oma’s kerkwerk naar een ander niveau: ze  groeide van werkster tot predikant. ‘ Assistent – heilige’ of ‘Apostel’ zoals wij haar plaagden.  Hij stimuleerde haar en ook andere vrouwen om de cursussen die het bisdom verzorgde, te volgen.  Wat de rol van vrouw in de kerk betreft, was hij erg vernieuwend: hij gaf vrouwen steeds grotere verantwoordelijkheden. Dat was zeker liberaal in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw.  Het heeft de familie dan ook goed gedaan dat, bij haar begrafenis, een afscheidsbrief van Joop werd voorgelezen door Bisschop Choennie, die toen nog pater was.

‘Hoor het woord van de Heer’/ of ‘van Jezus ! ’. Joop sloeg dan,tijdens de doop, hoorbaar de bijbel op de hoofdjes van de dopelingen(meestal baby’s). Sommige parochianen mompelden :’ Hhnng… fa pater e nak a bijbel so tranga tap den poti pikin ede?’ Een andere groep vond het wel grappig. Ik wáchtte gewoon, bij elke doopdienst, op elke ‘dreun’; de akoestiek in de Clemenskerk was zó goed dat je hem tot bij de achterbanken kon horen.’ Hoor het woord van jezus!’

Joop is voor mij de oom geweest, die de religieuze basis heeft gelegd. Wij waren zijn eerste groep dopelingen in 1970. We zijn veertig en meer jaren verder en zijn kritische en zeer realistische visie op het leven en het religieuze bestaan, hebben mij onder andere gevormd. Het was naar mijn beleving juist dat rebelse, eigenzinnige en flexibele van Joop dat de jonge parochianen in de kerk hield.

Op mijn zoektocht naar de zin van het lijden en de relatie van bidden en omgaan met psychiatrie, hebben wij ook diepgaande gesprekken gehad. Thema’s als hoe de kerk met exorcisme, winti en de symbiose van al die etnische culturen omging, waren normaal voor ons. Hij wist daar ongetwijfeld veel van. Ik denk ook dat, dankzij Joop onder andere (laat mij het voorzichtig zeggen), wij vandaag de dag mogen drummen in de kerk. Ook dat wij traditionele kleding dragen tijdens Pasen.

De anekdotes zijn veel, divers en ze hebben vooral het element van droge humor erin. Het Ministerie van Openbare Werken en Verkeer (toen) heeft een paar jaar terug de herinneringen van de Normandie -straat geasfalteerd. Er was al een merkbare leegte toen zijn contract niet werd verlengd en eerlijk gezegd ga ik steeds minder naar de kerk. Maar de standvastigheid in het geloof heb ik niet verloren. Die dreun van de bijbel op mijn hoofd zit er nog goed in! Tijden veranderen, anderen komen in de plaats.

Joop, namens de familie Sanajong zeg ik:’ Dankjewel voor jouw vriendschap en aanwezigheid in ons leven.’

Ik kan alleen nog ‘waka bun’ in het Sranantongo zeggen, want je kon het spreken! ‘ Waka bun Joop  en de groetjes aan oma! Ay!’

 

Ruth San A Jong

 

Etnisch koken

De vraag wat mijn overgrootouders in elkaar zagen houdt mij langer dan tien jaar bezig. Mijn Chinese achternaam heeft zijn oorsprong ergens, en ik probeer alle verhalen van toen, alle dingen die te lezen zijn over de Chinese immigratie en of mijn ‘ras’chinees mix-zwart nog voorkomt. Ik stel mij zo voor dat mijn overgrootvader die hier als balatableeder aankwam dat ‘slavenvoedsel’ niet lustte en eigen tjawmin en varkensvlees ging draaien. Want in eerste instantie kwamen nog geen vrouwen uit China over naar Suriname om hier te werken of te koken…


Dus heb ik een soort imaginair verhaal van mijn overgrootvader achter een stalen wok, slank bloot bovenlijf en een vuile witte van canvas gemaakte schort en tabak tussen zijn tanden. Mijn overgrootmoeder, een donkere Coroniaanse die dan op een bankje meekijkt, want ze moet het vooral leren om later ook zo voor hem en die kinderen te koken.
Ik volgde vorige maand een cursus ‘Chinese keuken’ en je zult je dan afvragen wat die twee met elkaar te maken hebben. Ik weet het eerlijkgezegd ook niet. Zal wel iets zijn met het rootskoken. Vrolijk schreef ik mij in, niet om te leren koken hoor, maar om Chinees eten te leren klaarmaken. Met Chopsticks eten was tot dan toe het enige typische wat ik kan en ja, die achternaam je hele leven meedragen. En oja frequent bij de chinese restaurants Tjawmin en dumplings halen. Mevrouw Grace Tjon-Harlianto heeft genoeg kenmerken van een échte Chinees om te kunnen vertrouwen mij daarin les te geven, want als ik op haar achternaam afging zou ik niet meedoen. Ja toch, je moet vooral van een Chinees, Chinees leren koken, en niet een inheemse bijvoorbeeld.

Vervolgens zag je mij voordat de training begon verwoed op zoek naar al die speciale hulpmiddelen zoals een speciale woklepel waarmee je in de wok de tjawmin kan draaien, plumsaus, de verschillende soysauzen. Het lastige was dat bij de meeste Chinese supermarkten ik niet exact kon uitleggen of lezen wat ik precies wilde; op de verpakking stond alleen maar Chinese tekens. De enige plek waar ik ingrediënten in het Engels of Nederlands kon lezen waren bij Soengco.
Volgens mij stonden er 13 vrouwen van verschillende etniciteit achter al die ovens en aanrechten van de Margrethaschool. Voor de les begon was er een Introductieavond waar alles werd uitgelegd wat wij nodig hadden, welke lepels, welke sauzen en azijnsoorten wij moesten halen. Het was een heuse zoektocht bij grote Chinese supermarkten waar ik nooit echt kom. G-sale had verse tahoe, ‘t Zeepaardje, daar kon ik verse visfilet vinden en bij Gao Ming kon ik zo een rastertje vinden voor het roosteren van vlees.
Wat mij ook boeide was de uitleg van Grace over de herkomst van sommige gerechten. Soepen en dergelijke uit het noorden, gefrituurde noodles enzo uit het zuiden [Als ik het goed heb onthouden hoor]. Dat chinezen veel met smaakmakers koken, en eigenlijk heel weinig zout gebruiken, wist ik echt niet. De restaurants van ons werken met veel zout. Ik kwam er dankzij de maatlepels [die ik ook niet in huis had] achter, dat ik eigenlijk toch teveel met zout kookte. 1 eetlepel soysaus is toch echt veel minder dan die flinke scheut die in de pot normaliter gaat. Dat bijvoorbeeld het roodgekleurde vlees echt niet komt van rode varkens of dat er ergens geheime rode kippen rondlopen die alleen Chinezen kweken. Je denkt er gewoon niet aan. Het is doodgewone kleursel. Ik had weken daarvoor een kookboek gekocht en vind zo een les waarbij een juf alles in de gaten houdt veel praktischer. Hoe je vis met welk mes snijdt, hoe je de wontonvellen in specifieke vormpjes vouwt, wanneer je deeg nog moet rijzen voor de sawpaw. Ik vond het heel goed begeleid te worden.

Deze cursus heeft iets in mij losgemaakt en dat is creatiever zijn in de keuken. Schrik niet, ik bak nu mijn eigen brood of broodbolletjes. Heb voor het eerst in mijn hele leven een cake gebakken. Had niet zoveel met zoetigheid hoor en wilde dat mysterie van het rijzen van deeg ontmaskeren. Mijn vriendinnen vinden me zo irritant nu, want zo gauw het weer is gelukt krijgen ze foto’s via de app. Bolletjes met kaasinhoud, dan 1 keer met oregano en weet ik veel. Een merkte op dat we vroeger over mannen spraken en nu het onderwerp veranderd is naar –eten- Âybaya, het is de leeftijd zullen wij maar zeggen. Ook leuk toch! Anyway, ik vind het een smakelijke therapie; klooien in de keuken en op Pinterest filmpjes bekijken. Maar ik kom ooit wel op het antwoord wat die twee voorouders van mij in elkaar zagen…

RUTH SAN

Bevroren creativiteit

 

Je voelt het al aankomen. Ik zoek excuses…Het is 2 februari, ik zit in de tuin op een plastic bankje en ik schiet in een onbehoorlijke lach wanneer ik een zin van de president hoor: ‘wanneer et wil is het een rechtstaat, wanneer et niet wil dan is het geen rechtstaat’.  Wat de hel is dit? In het Surinaams uiteraard.

De roerige maand januari heeft zijn hoogtepunt gehad (denk ik). In elk geval ben ik in een voorzichtige hoerastemming; het 8 december strafproces gaat door. Voorzichtige hoerastemming omdat ik mij dan meteen afvraag wat het volgende scenario is dat deze president en zijn trawanten in petto voor ons hebben. De amnestiewet en de overhaaste wijziging van artikel 148 hebben het proces niet kunnen verhinderen voortgang te hebben. Yay! Er is een God, het recht zal zegevieren!, allen voorzichtige vreugdekreten. De leerkrachten zijn weer begonnen  na een slepende actie van bijkans 2 weken, er is een nieuwe regering of nou ja, er zijn nieuwe ministers beëdigd gisteren en ‘het IMF blijft koud…’(aldus de President).

Maar wat heeft dit allemaal te maken met creativiteit? Menigeen zal hebben gemerkt dat ik steeds minder teksten ben gaan publiceren op mijn website. Je wordt zo opgeslokt door de manie van alledag dat het een geestdodend effect heeft op de creativiteit. Kunstenaars moeten dubbel zo hard werken of andere bronnen van inkomsten zoeken om te overleven. Dan heb je geen tijd voor creatief bezigzijn. Wij lopen met open handen fondsen af, in de hoop dat ze ons financieel blijven ondersteunen. ‘Professionele bedelaars zijn we.’ Ik ontken het niet. Tegelijkertijd moet je de nota’s van de nutsbedrijven die in je brievenbus worden gedumpt scherp in de gaten houden. Je rekeningen bij de bank staan op heel lage saldi en wanneer die aangevuld worden zit je elke keer weer met je neus in de krant op zoek naar de omrekeningsfactor of de koersen van de vreemde valuta.

En dan zou je kunnen zeggen, Ruth, zet al die misère van alledag om in woordkunst, wat ook kan en wat ik altijd aan studenten vertel.  Laat je inspireren door je omgeving, de tijdsgeest, inspiratie ligt er voor het oprapen in Suriname van nu. Het levert toch fraaie gedichten, verhalen en toneel op? Daar leven woordkunstenaars toch van? Zoveel inspiratie en toch komt het er niet van. Hnnn? Hoe dan? En is dat wel echte creativiteit; de weergave van je omgeving, in een kunststuk of boek, column of gedicht? Ik zie ook dat veel kunstenaars dat uitbuiten en er flink wordt geapplaudisseerd, maar ja. Ja, ja, jaja. Ja, wat zullen we zeggen?

Een ongelooflijke voedingsbron voor creativiteit is Social Media, waar je niet om heen kunt besef ik inmiddels. Tegelijkertijd leidt het ontzettend af door de absurditeit van wat er uit de vingers komt aan kromme gedachten, pseudo intelligente opmerkingen, leed dat gedeeld wordt en stupiditeiten van andere burgers op deze planeet Aarde. Onvoorstelbaar hoe de creativiteit gebombardeerd wordt door vooral negativisme. Ik waarschuw mezelf van tijd tot tijd dat ik mij er niet in verzuip. Hoewel, ik vermaak mij ontzettend en beschouw dat lachen als een mechanisme om de balans te houden in gekte en de rauwe realiteit van alledag.

‘Terwijl ik dit tik, kom ik op het woord :BEVROREN CREATIVITEIT. Ha! Zo ga ik het noemen. Geen writersblock of zo, want de oorzaak ligt echt bij de regering, de economie en de sociale omstandigheid van de kunstenaar. Ik steek mijn tong uit voor degene die het niet met mij eens is.(en ook wel een knipoog hoor) Ik vroeg mij af hoe andere kunstenaars met het fenomeen van bevroren creativiteit omgaan en sprak twee collega’s die net als ik in een soort creatieve stilstand zitten. Het kwam er moeilijk uit omdat  beiden geen woorden konden vinden. De een neemt alles tot zich toe vanachter de struiken. ’Ík werk in mijn hoofd’ en de andere uitspraak was: ‘Er komt gewoon niks uit, terwijl ik barst van creativiteit’.20160714_113050

Wanneer je midden in het nu zit, is rationaliseren moeilijk. Dan zit er niks anders op dan meegaan met de maalstroom van alle gekkigheid. In januari kwam vanuit het niets een golf van creativiteit in mij op die zich nu uit in het bekijken van DIY (Do It Yourself) filmpjes op YouTube, cartoons tekenen en een cursus Chinese keuken volgen. Ik hoop dat het een beetje lang blijft. Voor wat schrijven betreft…ik ben nog bezig. In elk geval heb ik de Windowsversie van de schrijfsoftware Scrivener aangeschaft. Dat kan gelukkig nog.

 

RUTH SAN

Dit soort beelden wil ik niet zien verdorie

Vanmorgen reed ik de Doekieweg op, daar bij het vliegveld Zorg en Hoop. Op de zondag zijn straten rustiger dan normaal en zie je ook meer straathonden op zoek naar eten. Ik zag een graatmager, zwart wijfje snuffelen dichtbij de ingang van het vliegveld. De plek was op een geparkeerde auto na verlaten. Ik rijd altijd met hondenbrokjes in mijn auto en ik zag dat de heren bij de autowas gisteren mijn fles water hadden weggegooid. Honden lusten meestal geen droge brokken. Ik reed dus door. Toen ik bij mijn tante kwam, vergat ik haar te vragen naar een flesje water. Het was rond 11 uur.

Lang bleef ik niet en ik reed weer terug, dezelfde route, over dezelfde irritant hoge drempels in die straat. En ja, ik zag mijn vriendinnetje iets verder in het gras snuffelen. Ik stopte maar hoor, om te kijken of ze die droge brokken wilde. Ik floot naar haar en kieperde een zakje hondenvoer om op een oude krant. En gelukkig, begon ze wel gulzig te kauwen. Meestal wacht ik een beetje om te waken dat de hond echt alles opeet, of dat niet een of ander misselijk mens gaat wegjagen. Surinamers zijn heel lelijk tegen straathonden. Ze keek met een dankbare blik naar mij terwijl ze verder kauwde. Echt zo van, laat mij goed kijken wie dat is. Zo gek als ik ben, verontschuldigde ik mij dat ik geen water bij mij had. De zon was al behoorlijk fel die tijd.sketchsad

Uit het niets kwam een donkere man met slordige vlechtjes op zijn hoofd in een short rechtstreeks op de hond af en schopte haar weg. Hij griste naar de krant en vulde zijn hand vol met de brokken. ‘Nee!,’ gilde ik. Die man brabbelde iets, keek mij niet eens aan en liep toen met een snelle pas door. Hij bracht de brokken naar zijn mond. Perplex bleef ik achter. Ik was intussen weer uit de auto gestapt. De hond ging door met eten. Ik vulde weer aan. Ik dacht 1 ogenblik dat ik de zwerver (want daar leek ie op) wel die SRD 20 in mijn tas had kunnen geven. Ik keek op en zag hem in de verte verdwijnen. Hij had een erg snelle pas.

Ik wil dit soort beelden niet zien verdorie! Ik was zo aangegrepen, dat mijn ogen vochtig werden. Volgens mij was het eerder woede en onmacht dat ik huilde. Waarom had ik nee gezegd? Had ik nee gezegd omdat ik niet wilde dat hij de brokken at? Of had ik nee gezegd omdat hondenbrokken misschien niet goed zouden verteren in zijn maag? Ik weet het niet. Als een gefrustreerde sufferd reed ik naar een afspraak met de acupuncturist. Toen de naalden eenmaal in mijn lijf zaten en ik naar mijn ademhaling luisterde, bleef het beeld zich herhalen in mijn hoofd. De tranen rolden er weer uit. Ik voelde mij echt opgefokt. De brok in mijn keel heeft de hele middag gezeten. Is het al zover dat zwervers nu hondenbrokken eten om de honger te stillen? Verdorie regering!

Reactie op Gezicht van Armoede

‘Je maakt de dichter in mij wakker. Dankjewel lieverd.’ – Celestine M. Raalte

Eid Ul Adha

Wan spesrutu begi awinsi
f’ sortu bribi a sa komopo
f’ dresi na ditosoro
d’ e moro den sma f’ mi
den panti den yeye-krakti

d’ e dansi barmaske
dan den wer’ maskadu
fu dede sma f’ ertenten

wan spesrutu begi awinsi
f’ sortu bribi a sa komopo
f’ wisiwasi tron opo-yeye
f’ takru-ati nanga tap’ala
tron prati nanga Makandra

baka’ a begi nanga ofrandi
kroyki nanga upru-oli tenapu
klari klari f’  dresi na dito soro
d’ e moro mi sma.

Celestine Raalte

09-september 2016

 

 

 

 

Eid Ul Adha

 

Een gebed uit welk geloof dan ook
om de eeuwig durende etterwonden
die mijn mensen kwellen te helen
ze hebben hun geesteskracht verpand

ze dansen hun dans
op het gemaskerde bal
met gezichten van doden
uit het verre verleden

een gebed uit welk geloof dan ook
laat bandeloosheid trots worden
dat hebzucht en hartvochtigheid
plaats maken voor samen delen

na het bidden en offeren
staan kruiken met hoepel-olie
gereed om de eeuwig durende
etter wonden te genezen.

 

Celestine Raalte

9 september 2016